Aantekeningen behorende bij stamboom-van-niftrik

g.c.van niftrik

Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme Niftrik, Gerrit Cornelis van (1904-1972) Deel 5, 384

Arnhem 24 okt. 1904, t Amsterdam 25 okt. 1972. Zn. van Cornelis Leendert van Niftrik, lithograaf, en Johanna Rijksen. Kantoorbediende 1921-1929. Stud. theol. Utrecht 1929; dr. theol.Utrecht 1940 (promotor: M . van Rhijn). Herv. pred. Schraard 1932, Vollenhove 1934,
Rijnsburg 1938, Zeist 1945-1946. Gewoon hoogleraar, tevens hoogleraar vanwege de Ned.Herv. Kerk UvA 1946 (dogmatiek, vaderlandse kerkgeschiedenis, apostolaatstheologie). Hij huwde 1. op 28 apr. 1932 te Hengelo (Ov.) met Johanna Jetta Nijland (1903-1965); 2. op 3 apr.1967 te Amsterdam met Jannetje van Egmond (1918-2006).
Als prediker was Van N . befaamd om zijn vaak verrassende bijbeluitleg. Daarbij benadrukte hij, in de lijn van de theologie van K. Barth, de zekerheid van het heil als geschonken, want toegerekende, werkelijkheid. Als hoogleraar bleek hij een geboren docent, in staat om ook de moeilijkste vraagstukken helder uiteen te zetten. De stelligheid van zijn optreden kwam niet in mindering op zijn bereidheid, met zijn studenten
eerlijk en open de dialoog aan te gaan. Reeds in zijn dissertatie. Sola fide (1940), uitte Van N . , toen predikant te Rijnsburg, zich als overtuigd pleitbezorger van de theologie van Barth, met name van diens herontdekking en radicalisering van de reformatorische, forensische rechtvaardigingsleer. Kernstelling daarvan is: dat God in Christus de mens als 'rechtvaardig' kwalificeert is geen 'analytisch' (constaterend)
maar een 'synthetisch' (scheppend) oordeel. Dit oordeel impliceert dat ’s mensen zonde en schuld (als in Christus verzoend) ten volle ernstig worden genomen, evenals de werkelijkheid van Gods toorn (als keerzijde van Zijn liefde). Scherp contrasteerde Van N . deze visie met de r.-k. rechtvaardigingsleer, en nog meer met de 19e-eeuwse prot. theologie, in het bijzonder die van A. Ritschl, die hij verweet bij de
interpretatie van Gods openbaring uit te gaan van de mens en zijn zedelijk streven.
Strijdbaar interpreet van Barth betoonde Van N. zich ook in zijn boeken Een beroerder Israëls (1948) en Zie, de Mens! (1951). Met Een beroerder Israëls hoopte hij een breder publiek van voorlichting te dienen en "een einde te maken aan de klinkklare nonsens, die week in week uit over Barth, vooral in de kerkelijke
pers, geschreven wordt". Zie, de Mens', is geheel gewijd aan een weergave en verklaring van Barths antropologie, vanuit de overtuiging van de juistheid van diens uitgangspunt: dat de antropologie moet worden ontworpen vanuit de christologie.
Reeds tijdens de oorlogsjaren, in 1944, had Van N. zijn Kleine dogmatiek geschreven: een bespreking van de inhoud van het chr. Geloof aan de hand van de apostolische geloofsbelijdenis, tussen het populaire en het vakwetenschappelijke in. Van N . hoopte met dit boek ertoe bij te dragen dat "de Kerk haar taak in het midden van ons volk" weer zou kunnen "aanvatten". Bedoeld als lesmateriaal voor kweekscholen en
godsdienstonderwijs werd het, ook in gemeentelijk kringenwerk, veel gebruikt. Het heeft jarenlang grote invloed uitgeoefend. Ook hier sloot Van N. zich nauw aan bij de theologie van Barth. Mede daardoor kwam hij bij herdrukken telkens tot uitbreiding. Wat Barth in latere delen van zijn dogmatiek (over scheppingsleer, antropologie, leer van de engelen) naar voren bracht vond zijn neerslag in toegevoegde hoofdstukken.
Bij de 5e druk, in 1961, bleek het boek (met een grotere bladspiegel) van 294 tot 453 bladzijden te zijn uitgedijd. Afkomstig uit een piëtistisch milieu was Van N. het piëtisme, met zijn nadruk op persoonlijke
bekering en heiliging, gaandeweg als benauwend gaan ervaren. De kennismaking met Barths theologie betekende voor hem een opening uit de benauwdheid. In deze theologie vond hij het dilemma tussen (bevindelijke) orthodoxie en 19e-eeuws liberalisme bevrijdend overstegen. Zijn bijzondere aandacht voor de antropologie hing hiermee samen. Deze belangstelling uitte zich. behalve in zijn Zie, de Mens!, o.a. in zijn
betrokkenheid bij de vragen van opvoeding en onderwijs: hij was voorzitter van de kweekschool "De Klokkenberg" bij Nijmegen en bestuurslid van de Heldring-stichtingen te Zetten. Reeds als predikant te Rijnsburg liet hij zich trouwens vinden voor het lidmaatschap van het bestuur van de plaatselijke herv. School.

Gegenereerd met Aldfaer versie 4.2 15-7-2011 12:53:35 door Paula van Niftrik